Algemeen belang

Het algemeen belang is een term uit de politiek en de politieke filosofie en duidt op datgene dat voor het welzijn van het volk in het algemeen nuttig, gewenst of nodig is.

De term is -hoewel niet eenvoudig te definiëren – toch in de maatschappelijke en politieke discussie binnen democratieën onmisbaar. Ze duidt er beslist niet op wat het volk – als het bijvoorbeeld over allerlei zaken stemmen – kennelijk wil. Een goede aanduiding van wat het Algemeen Belang behelst is afkomstig van de liberale staatsman Johan Rudolph Thorbecke in diens narede bij zijn parlementaire redevoeringen (1869). Thorbecke zegt daarin: “Is het alleen de vraag, wat het volk of de meerderheid wil, dan vervalt de vraag naar hetgeen regt, waar, goed en uitvoerbaar is”. Het Algemeen Belang heeft dus in beginsel géén betrekking op wat een meerderheid wil, noch op de wens van bijvoorbeeld een bestuursorgaan, maar juist op de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat, waarin ook oog wordt gehouden op de belangen van minderheden en individuen. De fundamentele grondslag ervan ligt thans in artikel 1 van de Nederlandse Grondwet: de gelijkwaardige behandeling van individuen door de bevoegde bestuursorganen.

Sociëteit 1905 v.l.n.r.H.G. Albers, C.H. Bogers, C. Jochems, A. Sigmond, C. Slagmolen, Kerkhoven. Zittend Baron Mulert, dhr. Everdingen (in 1901 voorzitter) en P.Baggerman Jr.